| Preek van de week |
|
|
||
| 20 juni - twaalfde zondag |
|
|
Lezingen:
Galaten 3,26-29
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Ik weet
niet of u het enthousiasme geproefd hebt waarmee Paulus de tekst van de
eerste lezing neerpende. "Er is geen jood of Griek meer; het
onderscheid tussen slaaf en vrije is weggevallen; man- of vrouw-zijn
doet niet meer ter zake. Wij zijn allemaal gelijk, volwaardig, au
sérieux te nemen." Kunnen wij, twintig eeuwen later, nog iets van
dat Paulus-enthousiasme invoelen? Dat hangt er vanaf, denk ik. Wie het moeten zien te rooien in de marge van de
samenleving, in arme landen waar men met verbaasde ogen naar TV-beelden uit
het rijke noorden zit te staren, wie zich met een warm hart inzet voor ‘de
minsten van mijn broeders’ zoals Jezus ze ooit noemde (Matteüs 25,40) –
voor dat soort mensen is het wellicht niet zo moeilijk om met Paulus mee te
dromen over een samenleving waar de onderkant geen onderkant meer is, waar
iedereen vanzelfsprekend ieders gelijke is. Zij kunnen aanvoelen dat Paulus
droomt over een hemel op aarde.
Maar wie zich ergeren aan de daling van de marktwaarde
van de huizen in wijken waar allochtonen komen samenhokken, zitten te dubben
of het, met de nieuwe Europese regels inzake het bankgeheim, niet riskant is
om zijn geld op een Zwitserse bank te laten staan, zij die alles hebben en
niets meer te dromen hebben - in hun oren klinken de woorden van Paulus
naïef, irreëel, helemaal niet hemel-op-aarde-achtig. Wat Paulus betreft, hij heeft een ontdekking gedaan en
zijn enthousiasme is niet te stuiten. Veel meer nog dan wij nu, leefde hij
in een hokjes-samenleving: als Jood ging je niet aan tafel met een
niet-Jood; de kloof tussen slaaf en vrije was onoverkomelijk; mannen- en
vrouwenwereld waren toen volledig gescheiden. Welnu, zegt Paulus, al die
verschillen, al die grenzen tussen mensen kunnen en mogen ons leven niet
domineren. We hebben maar één Heer, de Christus; maar één leidsman, de
Messias. Wie Jezus echt wil navolgen kent maar één scheidslijn, die tussen
liefde en liefdeloosheid. Uiteraard zijn die oude grenzen en verschillen nog
niet verdwenen en veroorzaken ze nog tal van problemen - maar ze mogen ons
leven niet beheersen; we mogen er niet langer waardeoordelen aan verbinden.
In het licht van de Jezusboodschap zijn we allemaal
gelijkwaardig. De liefde waarmee Jezus ieder mens accepteerde zoals hij was,
roept ons ertoe op hetzelfde te doen. De skinhead die weerzin oproept, de
ongewassen dakloze die stinkt, het moslimmeisje met hoofddoek, ze zijn mens
zoals u en ik – ook zij zijn op zoek, elk op zijn of haar manier, naar
liefde, naar erkenning en geborgenheid. Durf contact met hen te leggen en
dan ontdekt je wellicht dingen die je aan het denken zetten.
Voor Paulus zijn mensenrechten een vanzelfsprekende
leidraad in het dagelijkse doen en laten van een christen. (Dit christelijk
pleidooi voor mensenrechten is 1900 jaar ouder dan de moderne Verklaring van
de Rechten van de Mens!)
Wat Paulus voor ogen stond was niet dat alles één pot
nat moest zijn. Hij pleitte niet voor een samenleving of voor een kerk
waarin iedereen hetzelfde denkt, hetzelfde voelt, hetzelfde doet. Hij wilde
de verschillen niet wegvlakken; hij wilde wel dat, in hun verschillend-zijn,
Joden en niet-Joden, mannen en vrouwen, blanken en migranten, skinheads en
burgerij elkaar respecteren, elkaar accepteren, en daadwerkelijk proberen er
voor elkaar te zijn.
Paulus zag misschien te weinig dat er, wil je dat in de
praktijk van elke dag kunnen waarmaken, in de samenleving heel wat moet
veranderen, niet alleen qua mentaliteit, maar ook organisatorisch en
structureel. Leren dat je op een andere manier moet spreken, beseffen dat
onze omgangstaal vergeven zit van woorden en uitdrukkingen die voor bepaalde
groepen denigrerend zijn. Dat je gelijke kansen moet scheppen in de
samenleving: om te kunnen studeren, om een baan te krijgen (in België is de
werkloosheid onder mensen van allochtone origine viermaal hoger dan het
landelijk gemiddelde!). Ook in de kerk - en die zou in het spoor van Paulus
toch een voorbeeldfunctie moeten vervullen - zou iedere gelovige, man of
vrouw, wit of zwart, homo of hetero, gelijkelijk in aanmerking moeten komen
voor het bekleden van ambten of het ontvangen van sacramenten.
Die dingen weten wij nu beter dan Paulus in zijn tijd -
als mensheid hebben we de voorbije tweeduizend jaar niet stilgezeten.
Anderzijds ziet Paulus wellicht scherper dan wij wat ons op weg helpt als
het erom gaat elkaar te accepteren: het feit namelijk dat wij, in Christus,
allen kinderen zijn van dezelfde Vader.
Dat laatste is meer dan zomaar een vaststelling. Het is
een opdracht, zegt Jezus in de evangelielezing: "Wie mijn volgeling wil
zijn, moet mij volgen door zichzelf te verloochenen en door elke dag opnieuw
zijn kruis op te nemen. Wie zijn leven wil redden, zal het verliezen."
'Zijn kruis opnemen', 'zichzelf verloochenen', 'zijn
leven verliezen om Christus' wil' - drie uitdrukkingen die hier hetzelfde
betekenen. Wie zijn kruis niet opneemt maar in plaats daarvan zijn eigen
leven probeert te redden, zijn prerogatieven probeert veilig te stellen -
die belandt in het kamp van de uiteindelijke verliezers. Zijn leven
verliezen om Christus’ wil, wil zeggen: wat je opbouwt in het leven - je
status, je prestige, je carrière – mag je niet verabsoluteren, je moet
het onderschikken aan de eisen van rechtvaardigheid. Met dat kruis - wie we zijn, zijn we geworden deels ten
koste van anderen, ook al zijn wij daar niet persoonlijk voor
verantwoordelijk - zitten velen van ons opgescheept. Betrokken zijn bij
onrecht anderen aangedaan zonder er zelf rechtstreeks schuld aan te hebben -
wat kun je daaraan doen? Een publieke schuldbelijdenis? Ontslag nemen? Erg
realistisch is dat niet.
En toch kun je wat doen, ook zonder de publieke martelaar
uit te hangen. In het dagelijkse leven kun je op vele manieren je steentje
bijdragen tot een eerlijker samenleving. Een paar willekeurige voorbeelden.
Kleren kopen die niet besmet zijn door uitbuiting van vrouwen en kinderen in
ontwikkelingslanden. Vaker de wereldwinkel binnenlopen; wat je er meer
betaalt komt ten goede aan de arme boer in Zimbabwe of Colombia die een
eerlijke prijs kreeg voor zijn product. Voor een arts zijn ziekenbriefjes
geen middel voor klantenbinding op kosten van werkgever en
ziekteverzekering. Als pastor je niet vastbijten in je traditionele
machtspositie maar ruimte creëren om de inzet en talenten van onderop
gelovig te laten renderen.
Iedereen kan elke dag op zijn of haar plaats om Christus'
wil een stukje leven prijsgeven zodat andermans leven wat meer en betere
kansen krijgt. Maar het kost wel aandacht en soms enige moeite. Maar dat is
nu eenmaal de prijs die we moeten betalen om echte volgeling van Jezus te
mogen zijn. De prijs van recht, rechtvaardigheid en liefde.
Marc Christiaens o.p. (Schilde)
Inspiratiebron: André
Lascaris, De droom van Paulus,
in Kerugma (41)1997-1998, blz. 47-51. |
| |