Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  4 juli - veertiende zondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Jesaja 66,10-14c
Lucas 10,1-12.17-20

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Een nieuwe wereldorde

De grote uittocht naar allerlei vakantieoorden is begonnen. Je ziet het op onze verkeerswegen. Er is overal een grote mobiliteit.
In het evangelie van vandaag gaat het ook om mobiliteit. Het is wel een andere beweeglijkheid dan op vakantie gaan! Er staat dat Jezus 72 leerlingen uitstuurt. Wij zijn gewend aan de 12 apostelen als leerlingen en gezondenen. 12 is het getal van de uitverkiezing. 72 is 6x12 en betekent dat er heel wat méér uitverkorenen zijn dan de twaalf apostelen. Als Lucas dat neerschrijft, rond het jaar 80, zijn er al christenen in alle grote steden van het Midden-Oosten. De christenen hebben zich zeer snel verspreid. Er was een enthousiaste mobiliteit. Buiten oorlogsmobiliteit was er in die tijd ook niet veel meer dan deze enthousiaste mobiliteit van achter iemand aan te gaan die ‘iets’ te vertellen had. Jezus’ boodschap was wel ongewoon. Hij zette immers heel de bestaande orde op haar kop.

Lucas schrijft dat Jezus de 72 twee aan twee uitzond. Ik zou die ‘twee aan twee’ willen vertalen met: ‘man en vrouw’. Het christendom is immers ontstaan door de huiskerken die veelal geleid werden door man en vrouw. Natuurlijk ook door andere gezondenen die samen christelijke gemeenschappen stichtten. Christenen zijn nooit eenzaten. Ze steunen, helpen en bemoedigen elkaar. Christenen zeggen niet: ’Ik-en-de-anderen, mijn concurrenten, maar: ’Ik en de anderen mijn broers en zussen.’ Christenen zoeken altijd medestanders, zielsverwanten en bondgenoten.

Jezus zegt niet aan de 72 wat ze allemaal moeten vertellen. Hij zegt wel hoe ze zich zullen voelen: ‘als lammeren tussen de wolven’. Dat wil niet zeggen lamlendig maar weerloos. Christenen verkondigen hun geloof niet met machtig geweld, niet met wapens, niet met een dikke portemonnee. (Ook al is dat in de loop van de geschiedenis helaas dikwijls gebeurd!).In de taal van het evangelie staat er: ’Geen reiszak, geen schoeisel, geen beurs.’ Ze mogen zelfs niemand groeten onderweg! Dat vinden we onbegrijpelijk. Even zwaaien, een klein knikje, een ‘hallo’ kan er toch wel af? Maar het gaat hier niet om een vluchtig groeten van eventuele voorbijgangers. In oosterse zin is ‘groeten’ heel uitvoerig en breedvoerig. Het is er bij gaan zitten, gesprekken aanknopen, debatteren, elkaar iets aanbieden, gastvrij zijn. Groeten moet gereserveerd blijven voor groeten aan ‘huizen’, d.i. aan hele families en aan ‘steden’, die toen bestonden uit een netwerk van grote gezinnen.

Voelen wij ons vandaag nog gezonden? Velen helemaal niet. Maar als we ons wél gezonden: voelen naar wie dan ?
Allereerst naar mensen die geen naam hebben. Die ‘niemand’ zijn. God wil ‘leven’, d.i. vrede, recht en gerechtigheid voor wie niets is en niets heeft. Marginalen. Iemand schreef: ’God is nu eenmaal zo, dat Hij als het ware tegennatuurlijke neigingen heeft.’ Spontaan gaan we naar mensen die we sympathiek vinden en die ons goedgezind zijn. We hebben het moeilijker om naar eenzamen, zwaar zieken of dementerende mensen te gaan. Nog meer om naar mensen te gaan die ons zwaar hebben gekwetst. We doen dat niet zomaar ‘van nature’ Getuigen voor dat koninkrijk Gods van Jezus, vraagt onvoorwaardelijke liefde. Daar is echt geloof voor nodig. Geloven dat Jezus ons God heeft laten zien. Geloven dat evangelisch leven de ware weg is. Geloven dat we gezonden worden om deze weg zelf te gaan en wegwijzers te zijn voor anderen. Zulk een geloof is vandaag een uitdaging, voor zowel jong als oud, en het vraagt moed.

Onze kerk zit in een diep dal. We staan voor grote uitdagingen. Zowel onder de clerus als onder de gelovige leken is er veel frustratie en verdriet. Jammer genoeg ook te veel gelatenheid.

De laatste tijd is er nog meer neiging tot wantrouwen in de kerk en tot kerkverlating. Niet enkel wegens de schandalen door het misbruik van onschuldige kinderen, maar ook door de hypocrisie voorrang te hebben gegeven aan de goede naam van het kerkelijk instituut of een kerkelijke persoon boven de waardigheid van het slachtoffer, om het even wie dat ook moge zijn. De befaamde Zwitserse theoloog, Hans Küng, spreekt van de ergste geloofwaardigheidscrisis sinds de 16de eeuw. Hij schreef daarom een open brief aan alle bisschoppen van de wereld. Hij roept hen op niet te zwijgen, maar te roepen om hervorming. Te veel mensen in de kerk klagen over Rome, maar doen zelf niets. Elke gelovige, of het nu een bisschop, priester of leek is, zou moeten bijdragen tot een vernieuwing binnen zijn eigen invloedsfeer, groot of klein. We moeten vooral de handen in elkaar slaan.
We mogen niet bang zijn om in een geest van broederlijkheid , de roomse autoriteiten onder druk te zetten als het gaat om de geest en de opdracht van het evangelie. Hans Küng dringt er op aan een nieuw concilie samen te roepen om de dramatisch escalerende problemen die om hervorming schreeuwen op te lossen.

Dikwijls hoor je de vraag: ’Hoe moet het nu verder?’ Dat ‘het’… dat zijn wij! Hoe moeten wij nu verder doen? We moeten als christenen op onze manier en met onze mogelijkheden, samen stappen zetten, hoe klein ook, om verantwoordelijkheid te nemen. We moeten naar een nieuwe wereldorde gaan. Het kan opgeblazen klinken…’een wereldorde’. En toch gaat het daarom. Is het soms een goede wereldorde als mensen het initiatief nemen om naar Gaza te varen met hulpgoederen voor de hongerige Palestijnen en aangevallen worden door Israëliërs, die zomaar hulpverleners dood schieten? Zo zijn er honderden voorbeelden te noemen van een slechte wereldorde. We moeten geloven dat het anders kan, als wij alvast, in ons kleine wereldje, het Rijk Gods van Jezus brengen, het koninkrijk van liefde, vreugde, vrede en gerechtigheid. Al onze kleine wereldjes samen vormen de grote wereld.

We worden gezonden zoals de twaalf apostelen en de 72, d.i. alle andere leerlingen van Jezus, om deze, onze wereld, te veranderen. Gezonden tot een mobiliteit van ons denken én doen.

Als ik nu zeg: ‘amen’ is dit niet ‘amen en uit’, maar betekent het dat wij die toekomstige nieuwe wereldorde, dat Rijk Gods van Jezus, willen be-amen.

Rob Moens, dominicaan, Genk

 
  Prekenlijst