Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  15 augustus 2010 - Maria Hemelvaart afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

1 Korintiërs 15,35-49
(alternatieve lezing)
Lucas 1,39-56

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Sterven om te kunnen leven

Een van de populaire bestemmingen voor een vakantieverblijf in Turkije is de kust in de nabijheid Izmir. Mocht u daar ooit komen, dan is de kans niet klein dat een gids u aanbiedt een tochtje te maken naar het oude Efeze, zo'n 75 km ten zuiden van Izmir. Een goede gids zal u het huisje aanwijzen waar, volgens een vrome overlevering, Maria haar laatste levensjaren heeft doorgebracht. Daar is ze 'ontslapen', zoals het vanouds wordt uitgedrukt, We bezitten prachtige oude ikonen waarop de dormitio, de 'ontslaping', van Onze- Lieve-Vrouw staat uitgebeeld.
Na verloop van tijd is in het christelijk taalgebruik dormitio vervangen door assumptio: opneming in de hemel. Maar dat Maria ten hemel is opgenomen, wordt nergens in de Schrift vermeld. Het is een gelovige overtuiging die gaandeweg binnen het christelijke volk is gegroeid. Pas in de 7de eeuw werd het feest in de liturgie van de westerse kerk ingevoerd.

Het feest dat midden in de oogstmaand wordt gevierd, geeft uitdrukking aan de zekerheid van het christelijk geloof dat Maria, zo dicht en zo volledig met Jezus verbonden als geen enkel ander mens is geweest, na haar dood ook van de verrezen Christus niet kan gescheiden zijn. Zij is, zoals hij, uit de dood opgewekt en lichamelijk verheerlijkt.
Het lijkt me niet zonder belang te onderstrepen dat de kerkelijke leertraditie dit enkel van Maria zegt, maar helemaal niet dat het uitsluitend met haar is gebeurd. Over andere heilige mensen zwijgt ze op dit punt.

Christenen geloven niet in de 'onsterfelijkheid van de ziel', maar in de verrijzenis van de mens. En een mens kan niemand zich voorstellen zonder een lichaam. Dat is het grote struikelblok voor het geloof in de verrijzenis. In de tijd van Sint-Paulus zaten onder meer de christenen van Korinte met grote twijfels. Uit de dood opgewekt worden, hoe kan dat? Hij heeft er zelf over nagedacht en hun geschreven hoe dit begrijpelijk kan gemaakt worden.

Hoe verrijzen de doden, met wat voor lichaam? Hoe kunnen we ons dat indenken, een verrezen lichaam? Paulus probeert een antwoord te geven. Zijn wijze van denken over materie en lichamelijkheid is niet meer die van ons, maar er valt wel nog veel uit te leren. Wat mij betreft, leer ik er twee dingen uit die goed kunnen helpen om het geloof in de verrijzenis denkbaar te maken.

Ten eerste: het lichaam waarmee we geboren zijn, het 'aardse' lichaam, moet sterven opdat het in zijn voltooide gestalte zou kunnen leven. We ondervinden dat dagelijks. 'Wat u zaait', zegt Paulus, moet eerst sterven voor het tot leven komt. 'Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam verrijst.'
Ten tweede, we zien dat er zeer verschillende soorten lichamen bestaan. Hemellichamen zoals de zon of een planeet zijn heel anders dan de lichamen die we op de aarde kennen. En het lichaam, het vlees van vissen is heel anders dan dat van vogels. Er bestaat een hemelsbreed verschil tussen een onooglijk knolletje en de prachtige bloeiende tulp die eruit voortkomt. Zo bestaan er ook geestelijke lichamen, aan de beperkingen van het aardse ontheven. Hoe hun bestaan is, weten we niet, we kunnen het ons niet voorstellen want we zijn aards zolang we op aarde leven. Ze bestaan 'in heerlijkheid en kracht', zegt Paulus. Méér weet hij niet te zeggen. Maar zo'n geestelijk lichaam bestààt: het is de bestemming en de voltooiing van ons aardse lichaam. Die voltooiing valt ons te beurt als God ons thuisbrengt.

En nu kom ik bij het evangelie. Het is een verhaal dat, zoals veel andere in het Lucasevangelie, een radicale omkering van de gebruikelijke manieren van denken inhoudt. Maria gaat bij haar zwangere nicht. Elisabet reageert verrast: wat gebeurt er nu, dat de toekomstige moeder van mijn Heer naar mij toe komt om me te dienen? Ja, zegt Maria, zo is het. En ze bidt haar Magnificat. 'Mijn ziel prijst en looft de Heer. Grote dingen heeft hij voor mij gedaan.'

Wie dit lied in een andere context dan die van de kerk en de liturgie zou plaatsen, kan er direct een revolutionaire protestsong van maken. De God die door Maria hoog wordt geprezen is een God die de heersers en machthebbers van hun troon stoot en de geringen, de mensen zonder aanzien die nergens meetellen, verheft. Mensen die honger hebben overlaadt hij met gaven, maar de rijken stuurt hij weg met lege handen. Dat is niet min! Je zou voor minder last krijgen met de Staatsveiligheid!

Als we vandaag hier het Magnificat beluisteren en het zelf ook zingen, moeten we het laten klinken als een lied van onwankelbare hoop, van de hoop die, zoals de Franse dichter Péguy heeft gezegd, het kleine zusje van de drie is. Ze geeft de hand aan de twee grote dames geloof en liefde. Maar ze loopt in het midden, ze trekt de andere twee voort. Zonder hoop houden we het geloof en de liefde niet uit.

Als we, getrokken door de hoop, geloven in de verrijzenis, dan durven we het riskeren te sterven om over de dood heen voltooid te kunnen leven. Sterven versta ik dan als volgt: over onszelf heen leven, met onszelf niet al te veel inzitten, leven voor dingen die groter en belangrijker zijn dan wijzelf, voor medemensen. Zichzelf zaaien, zich laten zaaien, zodat we ooit zullen bloeien.

B.J. De Clercq o.p.

 
  Prekenlijst