| Preek van de week |
|
|
||
| 15 augustus 2010 - Maria Hemelvaart |
|
|
Lezingen: 1 Korintiërs 15,35-49
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Een van de populaire bestemmingen voor een vakantieverblijf in Turkije is de
kust in de nabijheid Izmir. Mocht u daar ooit komen, dan is de kans niet
klein dat een gids u aanbiedt een tochtje te maken naar het oude Efeze, zo'n
75 km ten zuiden van Izmir. Een goede gids zal u het huisje aanwijzen waar,
volgens een vrome overlevering, Maria haar laatste levensjaren heeft
doorgebracht. Daar is ze 'ontslapen', zoals het vanouds wordt uitgedrukt, We
bezitten prachtige oude ikonen waarop de dormitio, de 'ontslaping',
van Onze- Lieve-Vrouw staat uitgebeeld. Het feest dat midden in de oogstmaand wordt gevierd,
geeft uitdrukking aan de zekerheid van het christelijk geloof dat Maria, zo
dicht en zo volledig met Jezus verbonden als geen enkel ander mens is
geweest, na haar dood ook van de verrezen Christus niet kan gescheiden zijn.
Zij is, zoals hij, uit de dood opgewekt en lichamelijk verheerlijkt. Christenen geloven niet in de 'onsterfelijkheid van de
ziel', maar in de verrijzenis van de mens. En een mens kan niemand zich
voorstellen zonder een lichaam. Dat is het grote struikelblok voor het
geloof in de verrijzenis. In de tijd van Sint-Paulus zaten onder meer de
christenen van Korinte met grote twijfels. Uit de dood opgewekt worden, hoe
kan dat? Hij heeft er zelf over nagedacht en hun geschreven hoe dit
begrijpelijk kan gemaakt worden.
Hoe verrijzen de doden, met wat voor lichaam? Hoe kunnen
we ons dat indenken, een verrezen lichaam? Paulus probeert een antwoord te
geven. Zijn wijze van denken over materie en lichamelijkheid is niet meer
die van ons, maar er valt wel nog veel uit te leren. Wat mij betreft, leer
ik er twee dingen uit die goed kunnen helpen om het geloof in de verrijzenis
denkbaar te maken.
Ten eerste: het lichaam waarmee we geboren zijn, het
'aardse' lichaam, moet sterven opdat het in zijn voltooide gestalte zou
kunnen leven. We ondervinden dat dagelijks. 'Wat u zaait', zegt Paulus, moet
eerst sterven voor het tot leven komt. 'Een natuurlijk lichaam wordt
gezaaid, een geestelijk lichaam verrijst.' En nu kom ik bij het evangelie. Het is een verhaal dat,
zoals veel andere in het Lucasevangelie, een radicale omkering van de
gebruikelijke manieren van denken inhoudt. Maria gaat bij haar zwangere
nicht. Elisabet reageert verrast: wat gebeurt er nu, dat de toekomstige
moeder van mijn Heer naar mij toe komt om me te dienen? Ja, zegt Maria, zo
is het. En ze bidt haar Magnificat. 'Mijn ziel prijst en looft de Heer.
Grote dingen heeft hij voor mij gedaan.'
Wie dit lied in een andere context dan die van de kerk en
de liturgie zou plaatsen, kan er direct een revolutionaire protestsong van
maken. De God die door Maria hoog wordt geprezen is een God die de heersers
en machthebbers van hun troon stoot en de geringen, de mensen zonder aanzien
die nergens meetellen, verheft. Mensen die honger hebben overlaadt hij met
gaven, maar de rijken stuurt hij weg met lege handen. Dat is niet min! Je
zou voor minder last krijgen met de Staatsveiligheid!
Als we vandaag hier het Magnificat beluisteren en het
zelf ook zingen, moeten we het laten klinken als een lied van onwankelbare
hoop, van de hoop die, zoals de Franse dichter Péguy heeft gezegd, het
kleine zusje van de drie is. Ze geeft de hand aan de twee grote dames geloof
en liefde. Maar ze loopt in het midden, ze trekt de andere twee voort.
Zonder hoop houden we het geloof en de liefde niet uit.
Als we, getrokken door de hoop, geloven in de
verrijzenis, dan durven we het riskeren te sterven om over de dood heen
voltooid te kunnen leven. Sterven versta ik dan als volgt: over onszelf heen
leven, met onszelf niet al te veel inzitten, leven voor dingen die groter en
belangrijker zijn dan wijzelf, voor medemensen. Zichzelf zaaien, zich laten
zaaien, zodat we ooit zullen bloeien.
B.J. De Clercq o.p.
|
| |