Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  15 augustus - Maria Hemelvaart afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

1 Korintiërs 15,20-26
Lucas 1,39-56

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


'In de zevende hemel'

Al van in het vroege christendom bestond er een grote verering voor Maria, de moeder van Jezus. Dat is merkwaardig, want in het evangelie wordt er opvallend weinig over haar gezegd. Blijkbaar zijn mensen altijd al aangesproken geworden door de moederfiguur in Maria. Een moeder die niet alleen het leven schenkt aan haar kind maar dat kind tot in zijn dood heel nabij blijft. De diepe vreugde van de moeder in verwachting, of met het kind op haar arm – de madonna, en de smartelijke pijn van de moeder onder het kruis, of met het dode lichaam van haar zoon op de schoot – de pieta. Die beelden verstaan wij allemaal, ze zitten dicht op onze huid. Maria is werkelijk een van ons.

Het is bizar dat de Mariafiguur, net zoals de persoon van Jezus, in de loop der eeuwen steeds verder gecatapulteerd werd in een onbereikbare hoogte. Maria werd als voorbeeld gesteld van de voor vrouwen rare combinatie van ‘reine maagd’ en ‘moeder’. Hele generaties van jonge meisjes hebben overigens onder dat onmogelijke ideaal geleden. De jonge frisse moeder uit Nazaret werd tegelijk de moeder van God, de onbevlekte ontvangenis, en de hemelse koningin met zware diamanten en brokaat. Haar moederschap werd ingevuld met een maagdelijke geboorte, en zijzelf verdween onder een donker vernis van dogma’s en misplaatste eretitels. Ze werd m.a.w. beschadigd door orthodoxe overdrijving, katholieke devotie en protestantse afkeer. Heden ten dage hebben heel wat christenen haar beeld – ook letterlijk – op zolder gezet. Ze hebben niks of niks meer met haar.
Vele anderen daarentegen blijven haar koesteren als iemand-van-Godswege, die heel dicht bij hun zorgen en vreugden staat, en bij wie ze steun en erkenning vinden. Het aansteken van een kaars met het bijbehorende gesprekje of gebedje tot Maria, is een diep en mooi gebeuren, een indrukwekkende cultus die je overal ter wereld terugvindt.

Maar welk beeld van Maria bieden het feest en de liturgie van vandaag? Op 15 augustus vieren wij het feest van Maria tenhemelopneming, een dogma dat in 1950 werd afgekondigd. Daarover wordt echter in de Bijbel niets gezegd, ook niet over de dood van Maria. Wat zou de kerk dan bedoeld hebben met dat feest?

Er is een mooi gezegde in het Nederlands dat de toestand van uiterste geluk aanduidt: "ik ben in de zevende hemel". Wie wil niet in die zevende hemel zijn? Op de een of andere manier streven wij allen naar dat opperste geluk, voor onszelf, voor degenen die we gaarne zien, ja voor elk mensenkind. Het is een zaligheid die verbonden is met een harmonie in jezelf, een harmonie met de ander, een harmonie met het leven en de levenden. Het is vooral een soort van bevestiging van wie je ten diepste bent. Het is een instemming door de ander met je hele persoon, helemaal zoals je bent, zeg maar met je ziel en je lichaam. ‘Ze mag er zijn, hij mag er zijn’, zeggen we dan.

De religieuze betekenis van de tenhemelopneming kunnen we precies vanuit die diepe menselijke ervaring van in de zevende hemel te zijn, begrijpen. Als het kerkelijke dogma van 1950 zegt dat Maria na haar aardse levensloop met lichaam en ziel door God in de hemelse heerlijkheid is opgenomen en tot koningin van het heelal is verheven, dan klinkt die taal ouderwets en lijkt het een misplaatste vergoddelijking van de jonge moeder van Jezus. Maar is het dat wel? Maria wordt niet vergoddelijkt, haar menszijn wordt door God gewaardeerd, ze is in de hemel bij God. Niets van haar leven is verloren gegaan. God zelf heeft haar leven, haar persoon - helemaal zoals ze is, bekroond. Jij mag er zijn, Maria. Wat jij volbracht hebt, wie je geweest bent, alles wat in jouw lichaam en ziel groeide en gerijpt is aan vreugde en verdriet, je volgehouden trouw, je geloof en je hoop en bovenal je liefde bevestig en beaam ik, zegt God. Jouw leven is door mijn eeuwigheid omvat.

Dat kan theoretisch klinken, hoog gegrepen, abstract. De liturgie is zich daar bewust van. Vooral de evangelielezing maakt concreet welke de krijtlijnen zijn waarbinnen zo’n door God gewild en beaamd menselijk leven kan beleefd worden. We horen over het bezoek van de zwangere Maria aan haar oude, eveneens zwangere, nicht Elizabet. Tijdens dat bezoek zingt Maria haar bekende Magnificat. Dat lied is werkelijk een boodschap voor onze tijd. Maria zingt ons vandaag toe: ‘ik heb ervaren hoe blij een rotsvast vertrouwen op God je kan maken. Hij is in staat ons, kleine mensen, groot en gelukkig te maken. Hij verheft. Ik heb het meegemaakt. Je hoeft je niet door het leven te slepen, angstig en met een bedrukt gezicht. God laat je de vreugde vinden en ook de sterkte en de kracht om stand te houden, daar waar anderen al lang door de knieën zijn gegaan. Hij sterkt ons om te leven zoals mijn zoon Jezus het heeft voorgedaan. Door mij, door jou, door ons wil God grote dingen doen.’ Dat jubelt Maria uit aan Elizabet, dat zingt ze ons vandaag toe.
Is het jullie niet opgevallen dat de kern van het Magnificat (heersers ontneemt hij hun troon, hij verheft de geringen; wie honger hebben overlaadt hij met gaven, rijken stuurt hij heen met lege handen) precies het levensprogramma van Jezus was, Gods droom van een wereld van vrede en gerechtigheid? De zwangere Maria zingt in haar Magnificat als in een soort prelude het levensideaal uit van diegene die ze straks ter wereld zal brengen, haar zoon Jezus. Precies van deze Maria zeggen we vandaag dat ze met lichaam en ziel in de hemel is opgenomen.

En toch, ondanks Maria’s steun in onze rug, lijkt het levensprogramma van Jezus, Gods opdracht om van onze planeet een menswaardige wereld te maken, voor veel christenen ondoenbaar, onhaalbaar. Aan hen zou ik het volgende, waar gebeurde verhaal van Esquivel willen vertellen.

Esquivel is een bekende Argentijnse schrijver, vooral bekend om zijn niet aflatende strijd voor gerechtigheid en mensenrechten. Hij zit aan zijn bureau en is aan het werk. Zijn dochtertje is bij hem, en wil dat hij met haar speelt. Voortdurend leidt ze zijn aandacht af, ze stelt hem vragen en wil op zijn schoot kruipen. Op een bepaald ogenblik vraagt ze: ‘wat ben je aan het doen, papa?’ Esquivel antwoordt: ‘papa is hard aan het werk om ervoor te zorgen dat alle mensen blij en gelukkig zijn’. ‘O, mag ik je daarbij helpen, papa?’, dringt de kleine meid aan. ‘Neen’, zegt Esquivel, ‘daar ben jij nog te klein voor’. Het dochtertje blijft aandringen en wordt lastig. Maar Esquivel wil doorwerken, en om zijn kleine meid een bezigheid te geven, zodat ze hem gerust laat, neemt hij een magazine, scheurt er een blad uit waarop de wereldkaart afgedrukt staat, snijdt die in kleine stukken. Daarna geeft hij de stukken aan zijn dochtertje met de opdracht dat ze ze, als een puzzel, terug aan elkaar moet plakken, met de plakband die hij haar aanreikt. ‘Kijk, dat was de hele wereld, en die is nu in stukjes. Je kunt me helpen door de wereld terug in elkaar te zetten’, zegt hij. Hij denkt bij zichzelf: ze zal daar een hele tijd zoet mee zijn. Die opdracht is voor een kind van drie heel moeilijk. Een hele tijd dat ik kan doorwerken.
Nog geen vijf minuten later komt het dochtertje fier aangelopen bij papa, zwaaiend met de aaneengeplakte wereldkaart. Esquivel is onthutst dat zo’n klein kind de klus in een mum van tijd geklaard heeft. ‘Hoe heb jij dat gedaan?’ vraagt hij haar opgewonden. ‘Ik heb eerst het gezicht gemaakt, en dan was de wereld ook gemaakt’, zegt ze heel gewoon. Esquivel bekijkt het blad en inderdaad, op de achterkant staat een mensengezicht afgedrukt.

De schrijver Esquivel was zo ontroerd door die gebeurtenis en vooral door de les die hij van zijn kleine meid had geleerd, dat hij dat verhaal de wereld heeft ingestuurd. Het meisje, dat hij te klein vond om mee te helpen aan de vermenselijking van de wereld, precies dat meisje had hém – de geleerde schrijver, de grote papa – geleerd dat zo’n ondoenbaar lijkende opdracht voor een individu, begint bij de manier waarop je omgaat met je medemens naast jou. Jouw antwoord op de oproep die uitgaat van het gelaat van je medemens, is het begin van een vredevolle en rechtvaardige wereld. We zitten hier op hetzelfde spoor als dat van Maria. Zij heeft ‘ja’ gezegd op een concrete, vreemde situatie in haar leven. Door die instemming heen is Jezus geboren. De inzet van een nieuwe wereld.

Omwille van die instemming en van de volgehouden trouw aan die instemming werd de totale mens Maria ten hemel opgenomen. Moge ook alles wat in ons groeit aan instemming, al wat in ons lichaam en onze ziel rijpt aan inzet en liefde, ooit door Gods eeuwigheid omvat worden.

Bernard de Cock o.p..

 
  Prekenlijst