Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  1 augustus - achttiende zondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Prediker 1,2.2,21-23
Lucas 12,13–21

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Een rijke dwaas

‘Waar zijn we mee bezig?’ Het is een vraag die we dikwijls horen. Als er zich iets voordoet waarbij de dingen, waar we ons ganse dagen druk over maken, ons onbenullig lijken, bv. de beelden destijds van de tsunami in Indonesië, de nog recente beelden van de aardbevingen in Haďti en Chili, de duizenden meisjes en vrouwen die verkracht werden en worden in Oost-Congo... En wij dan maar haastig naar de winkels voor de zomerkoopjes. Of met elkaar twisten over waar en hoe we de barbecue voor de grote familie gaan doen. Of die rijke boer uit het evangelie van vandaag, die niet weet wat hij met zijn overvloedige rijkdom moet doen. Waar is die man toch mee bezig? Met zichzelf! Vier keer gaat het over ‘ik’ en drie keer over ‘mijn’. Hij vergaart schatten voor zichzelf. De medemens is in zijn denken en spreken in geen velden of wegen te zien. Hij is een rijke dwaas. Het ontbreekt hem aan naastenliefde, aan delen met anderen, aan dienstvaardigheid en solidariteit.

Jezus zegt niet: ’Pas op voor rijkdom en bezit.’ Op zichzelf zijn geld, bezit en rijkdom niet slecht. Jezus zegt wel: ’Pas op voor hebzucht.’ Zorg dat je niet bezeten bent van geld, bezit en rijkdom, van die hebzucht die blind maakt voor de noden van medemensen. Die ook blind maakt waar het eigenlijk om gaat in dit leven. Die rijke dwaas denkt dat hij het leven kan maken, dat hij eigenmachtig over alles kan beschikken, dat hij zijn toekomst kan veilig stellen. Op de duur beschouwt hij de aarde als zijn persoonlijk bezit. Hij staat er niet bij stil dat hijzelf nog geen korrel graan kan laten groeien. Dankbaarheid voor zijn grote oogst, voor het feit dat hij kon werken, voor het geluk dat hem gegeven is, kent hij niet. Hij denkt meester te zijn over zijn leven. Het leven van anderen heeft hij gebruikt om zelf een rijke baas te worden.
Medemensen worden dan tot zielloze wezens, tot ‘dingen’ die je kan gebruiken in het productieproces. Mensen worden als werktuigen die moeten opbrengen. Denk maar aan de mentaliteit van de rijke fabriekseigenaars, in de tijd van priester Daens. Denk maar aan de ontelbare slaven in onze wereld die onmenselijk hard moeten presteren in zinkmijnen, koper-en-diamantmijnen, op allerlei plantages of in de bouw van luxe-appartementen in Dubai, maar in miserabele mensonwaardige omstandigheden moeten leven.

Het evangelie roept ons op om te bezinnen in hoever ook wij niet op de een of andere manier hebzuchtig zijn. Het evangelie van Jezus Christus wil ons bevrijden tot liefdevolle mensen die bekommerd zijn om het geluk van anderen en zorg dragen voor elkaar.

Een mooie joodse legende drukt dit op pakkende wijze uit.
Er waren eens twee broers die samen een stuk land bezaten. De oudste had vrouw en kinderen. De andere was niet gehuwd. Het was in de tijd van de tarweoogst. Na het maaien splitsten de broers de oogst in twee gelijke delen. ’s Nachts kon de oudste broer niet slapen. Eigenlijk vond hij het niet goed de oogst zo te verdelen. Hij was gelukkig met zijn vrouw en kinderen. Zijn broer was eenzaam en wie moest er voor hem zorgen als hij oud zou zijn? Hij stond op, liep naar het veld en droeg honderd schoven naar de schoven van zijn broer.

Dezelfde nacht kon de jongste broer ook de slaap niet vatten. Ook hij had er geen vrede mee dat ze de oogst hadden gehalveerd. Zijn broer had een heel gezin te voeden en hij was maar alleen. Hij stond op, ging naar het veld en zette honderd schoven bij de schoven zijn broer.

De volgende morgen waren beiden verbaasd dat ze elk nog steeds hetzelfde aantal schoven hadden. Beiden stonden andermaal in het midden van de nacht op om hun handeling van de vorige nacht te herhalen en beiden waren de volgende dag nog meer verbaasd en vroegen zich af hoe dat mogelijk was. Ze besloten die nacht hun schoven voor de derde keer te verplaatsen en verstopten zich op het veld om het raadsel te ontsluieren. Ze kwamen elkaar op het veld tegen, elk met de armen vol schoven, op weg naar de schoven van de ander. De broers omhelsden elkaar en weenden. De legende voegt eraan toe: ‘God glimlachte en zei tegen de engelen: ’De akker van die twee broers, dat lijkt me een mooie plaats voor mijn volk om de tempel te bouwen!’

Marmer, granieten zuilen en kunstzinnige brandramen zijn niets voor tempels en kerkgebouwen als het cement niet de broederlijke (of zusterlijke) liefde is.

Rob Moens, dominicaan, Genk.

Inspiratie gevonden in Kerugma, jaargang 53, Jaar C, nr 53 p.96-97
N. ter Linden, Het verhaal gaat … 6. p. 52

 
  Prekenlijst