| Preek van de week |
|
|
||
| 1 augustus - achttiende zondag |
|
|
Lezingen: Prediker
1,2.2,21-23
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Zowel
de eerste als de tweede lezing leren ons hoe wij dienen om te gaan met
materiële zaken, met geld en met bezit. De evangelielezing gaat ook over bezit – meer
concreet: over een erfeniskwestie, een onderwerp dat van alle tijden
is. Iemand uit het volk vraagt Jezus om aan zijn
broer te zeggen dat hij de erfenis met hem moet delen.
Tussen haakjes: in de joodse samenleving was het
gebruikelijk dat de mensen met zulke kwesties te rade gingen bij
Farizeeën en wetgeleerden. Die werden verondersteld om daar vanuit
de bijbel een antwoord op te kunnen geven. En omdat ook Jezus
beschouwd werd als een leraar die zijn bijbel kende en dus wist wat
er in de Wet stond, vroegen ze ook hem om raad.
Maar Jezus wil niet dat men hem onderbrengt in de
categorie van de Farizeeën en de schriftgeleerden. Hij reageert dan
ook nors: ’Man, wie heeft mij tot rechter of verdeler over u
aangesteld?’
Toch wil hij die man niet teleurstellen. Hij wil
op zijn vraag een fundamenteel en eerlijk antwoord geven, een
antwoord dat de vraag, maar tegelijk ook de normen en de waarden van
die man, in een ander perspectief plaatst en corrigeert.
Jezus is gekomen om het koninkrijk van God aan te
kondigen en te helpen vestigen. Hij wil de mensen het perspectief
bieden en de kans geven om binnen dat koninkrijk als individu en als
gemeenschap te groeien naar voltooiing en geluk.
Alle raad die hij de mensen geeft, kadert
bijgevolg binnen dit perspectief.
En dus kan hij die man dan ook niet de raad geven
om hier op aarde toch maar zoveel mogelijk rijkdom voor zichzelf te
vergaren. Want (en hier lijkt Prediker wel aan het woord): ook al
was rijkdom in de ogen van de joden een bewijs dat God je goedgezind
was, dat soort persoonlijke, individuele rijkdom kun je van het ene
ogenblik op het andere kwijtspelen. En als je doodgaat, kun je al
helemáál niets meenemen.
Als Jezus dan tóch pleit voor het verzamelen van
rijkdom, heeft hij een speciaal soort rijkdom op het oog: ‘Wees rijk
bij God’, zegt Hij. Naar onze tijd toe vertaald betekent dit: ‘Bouw
geen persoonlijke rijkdom op, maar koop aandelen van de onderneming
‘Rijk van God’. Het is een betrouwbaar bedrijf, dat jouw
persoonlijke belangen overstijgt en bouwt aan een wereld waarin
gezorgd wordt voor het welzijn van alle mensen, vooral van de
minsten.
Nu al worden er van dit Rijk hier en daar goede
dividenden uitgekeerd. Maar ooit in de toekomst zal iedereen kunnen
genieten van het reusachtige eindkapitaal dat over alle mensen zal
worden verdeeld: als namelijk de hele mensheid in volheid bij hem en
door hem tot voltooiing zal worden gebracht.
Jos Smeets, dominicaan
|
| |