Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  29 augustus - twee-entwintigste zondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Wijsheid 3,17-18.20-29
Lucas
14,1.7-14

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Ken je plaats
 

Blijkbaar hadden ook al in Jezus' tijd hooggeplaatsten de vervelende gewoonte om op bijeenkomsten net te laat te komen zodat iedereen naar hen kon opkijken als ze verschenen!
Maar je staat wel mooi voor schut als de gastheer je vriendelijk doch dringend verzoekt je plaats af te staan aan die prominente telaatkomer. Om zulke gênante situaties te voorkomen leggen we tegenwoordig een naamkaartje bij elk couvert of we huren een ceremoniemeester in die de gasten naar hun plaats begeleidt. Moderne trucs om te verdoezelen dat de neiging om zichzelf met ellebogenwerk naar de eerste rij te katapulteren van alle tijden is. Jezus' pleidooi voor wat meer bescheidenheid, is dus een lesje in wellevendheid, een lesje met eeuwigheidswaarde.

Mag best, zo'n doordeweekse levenswijsheid,... maar wat heeft dat met ons geloof te maken? Alles dus. Want deze les in wellevendheid, zo staat er, is een gelijkenis, een vergelijking. Als het gaat over goede tafelmanieren, gaat het in feite over wat anders. Waarover? Dat maakt Jezus duidelijk als hij, aansluitend bij zijn verhaal, zegt: "Iedereen die zich verheft, zal vernederd worden, maar wie zich vernedert, zal verheven worden" Een zin die ook door andere evangelisten wordt geciteerd, zij het in andere contexten. Een belangrijke zin dus, die deze tafelwijsheid optilt naar een existieel-religieus niveau.

Wat op die bruiloft gebeurde - wie aast op een plaats aan de eretafel wordt naar een uithoek verwezen - kan ook bij God gebeuren: Wie tegenover hem een hoge borst opzet of in het gevlei wil komen, die zal hij een toontje lager laten zingen; maar wie achteraan een vrije plaats uitzoekt, zal naar voren gehaald worden. Want onze God verheft de nederigen.

Dit is niet zomaar een Jezuswijsheid. Jezus werd herhaaldelijk geconfronteerd met religieuze pretentie. Een paar voorbeelden om het geheugen op te frissen.

* Bij Matteüs (20,20-28) en Marcus (10,35-45) lezen we dat de moeder van de zonen van Zebedeüs aan Jezus vraagt om voor haar zonen, de apostelen Jacobus en Johannes, een goed postje te reserveren in zijn koninkrijk. Jezus reageert met: "Wie onder u de eerste wil zijn moet dienaar van allen wezen".

* Krek hetzelfde herhaalt zich, volgens Lucas, op die cruciale bijeenkomst van het Laatste Avondmaal. Jezus had het brood gebroken, de beker rondgedeeld, en gezegd 'dit moeten jullie samen ook doen als ik weg zal zijn; zo houden jullie de herinnering aan mij levendig'. Zijn woorden waren nog niet koud of de leerlingen zaten alweer te ruziën over wie van hen in dat toekomstig koninkrijk de belangrijkste zou zijn. Je proeft de ingehouden irritatie wanneer Jezus zegt: "De grootste is hij die dient, niet hij die gediend wordt" (Lucas 22,24-27).

* Het kan geen toeval zijn dat ook de evangelist Johannes focust op 'nederigheid' door niet brood en beker maar de voetwassing te promoveren tot centraal moment van Jezus' laatste samenzijn met zijn apostelen (Johannes 13,1-20).

Als reeds de apostelen onder elkaar machtsspelletjes speelden, dan hoeft het ons niet te verwonderen dat dit ook in de jonge kerk gebeurde.

* In Korinte, tijdens de maaltijd des Heren - dat was toentertijd, naar het voorbeeld van het Laatste Avondmaal, een maaltijd met alles erop en eraan - tijdens die eucharistievieringen dus, aten de rijken hun buikje rond; voor de armen en de slaven die pas na hun dagtaak konden komen, bleef er nauwelijks wat over. Paulus maakt zich daarover behoorlijk boos en schrijft: "Wie zich bij de eucharistie afzondert van de armen, miskent het lichaam van Christus en eet en drinkt zijn eigen vonnis" (1 Korintiërs 11,17-34).

*Hetzelfde fenomeen deed zich voor in de kerkgemeenschap van Jacobus. In een rondschrijven ergert ook hij zich over het feit dat tijdens christelijke samenkomsten de armen achtergesteld werden (Jacobus 2,1-4).

En daarmee zijn we terug bij de evangelietekst waarin Jezus zegt dat wie een feestmaal organiseert ook armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden moet uitnodigen, mensen van wie men geen wederdienst kan verwachten.

Je boven de anderen verheven achten, op anderen neerkijken, het lijkt wel een ingewortelde, oermenselijke karaktertrek met vele gezichten: geldzucht, carrièredrang, statussymbolen, sociaal aanzien. En dat fenomeen beperkt zich niet tot de burgerlijke samenleving. Die zelfverheerlijking kan ook - maar dan meestal gecamoufleerd en onderhuids - de drijvende kracht zijn achter kerkelijk of christelijk engagement: kerkleiders die autoritair de waarheid in pacht lijken te hebben, pastors die zichzelf niet kunnen relativeren, sociale inzet die zichzelf kroont met het aureool 'zie eens hoe ik mij voor de goede zaak uitsloof'.

Er zijn zovele vormen van verkapte religieuze hoogmoed. Jezus heeft ze zijn leven lang bekampt, maar ze staken en steken steeds opnieuw de kop op: onder de leerlingen, in de jonge kerk, onder de christenen door de eeuwen heen tot op vandaag. Mensen die zich groot en rijk wanen in Gods ogen en daarom menen recht te hebben op een prima zitje in zijn hemels koninkrijk.

Dat doet me denken aan die beroemde rabbijn van Tolna. Hij kreeg een rijke op bezoek en had met hem een lang gesprek. Later kwam een arme met hem praten, maar al na vijf minuten was die weer de deur uit. De arme voelde zich benadeeld en beklaagde zich erover dat de rabbijn voor een rijke veel tijd uittrok maar een arme kerel snel wegstuurde. Voor een rabbijn zouden alle mensen toch gelijk moeten zijn. "Zeker", antwoordde de rabbijn, "maar het zit zo: jij en ik weten dat jij arm bent, en daar zijn wij het dus snel over eens. Maar die andere denkt dat hij met al zijn goud en zijn diamanten rijk is. Het kost me uren praten om hem te doen inzien dat hij, met al zijn pretentie, een armzalig en meelijwekkend mens is".

Misschien heeft God in zijn agenda ook voor ons tijd voor een lang gesprek uitgetrokken...

Marc Christiaens o.p. (Schilde)

 
  Prekenlijst