Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  5 september - drie-en twintigste zondag 2010 afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Filemon 9-17
Lucas 14,25-33

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Jezus navolgen

Het Rijk Gods gaat boven alles! Zo kunnen we het evangelie van deze dag resumeren. Het Rijk Gods is het leven dat ontstaat, als je de God van Jezus je leven laat beheersen. Jezus zelf deed het ons voor. Hij deed niets anders en sprak over niets anders. Dat Rijk Gods is belangrijker dan je ouders, je vrouw en kinderen, je broers en zussen, je eigen leven. Je moet zelfs het kruis, dat Jezus gedragen heeft, er voor over hebben. Het kruis van minachting, verwerping, foltering, martelaarschap.

Dat is krasse taal! Wie van ons is daartoe bereid? Wie kan dat aan? Daarom geeft Jezus twee voorbeelden. Iemand die een toren wil bouwen, moet eerst zien of hij geld genoeg heeft. En een koning die ten strijde wil trekken moet zien of zijn leger groot en sterk genoeg is om het te halen. Die twee voorbeelden zijn een waarschuwing. Het is niet zo eenvoudig om te zeggen dat je kiest voor het Rijk Gods en dat het voor jou boven alles gaat. Je kan je niet roekeloos, onbesuisd aan dit avontuur wagen, want anders haal je het niet. Je zal moeten overleggen, wikken en wegen, kiezen en besluiten trekken. Er staat: dat je al wat je lief is, en al je geliefden zal moeten ‘haten’. Kwam Jezus dan de haat prediken? Is het Rijk Gods beleven, een leven van haat leiden? Dat is zeker niet de bedoeling. Het woord ‘haten’ is een oosters werkwoord dat betekent: minder liefhebben of ‘op de tweede plaats zetten’. Maar is het dan zo dat we God méér beminnen als we onze geliefden minder liefhebben? God is toch geen concurrent van de mens!

Die krasse, radicale uitspraken over het Rijk Gods hebben woestijnvaders, monniken en andere religieuzen concreet in praktijk gebracht. Ze gingen soms héél ver in onthechting, verzaking, versterving. Er waren zelfs pilaarheiligen die op een zuil leefden uit liefde voor God! Sommigen lieten zich inmetselen om toch maar aan alles en iedereen ‘onthecht’ te zijn. Ik heb het zelf nog meegemaakt dat een confrater zodanig vastte dat hij van honger stierf.

Als we naar Jezus zelf kijken, leefde hij niet als een strenge asceet. Op een bepaalde plaats in het evangelie wordt hij zelfs verweten voor een ‘gulzigaard en wijndrinker’. Jezus van Nazareth leefde zoals iedereen. Hij kleedde zich gewoon zoals iedereen, woonde in een huis, at en dronk volgens de gewoonten van die tijd. Hoe hij leefde voor zijn openbaar optreden weten we niet. Wellicht ook gewoon. Had hij geleefd zoals bv. Johannes de Doper, die met een kleed van kameelhaar, in de woestijn wilde honing en sprinkhanen at, dan zou het evangelie daar zeker melding van gemaakt hebben. Het is wel zo dat Hij na een woestijnervaring al predikend rondtrok met twaalf leerlingen. Maar ook dan lezen we niet dat hij iedere nacht opstond om te bidden of dat hij het voedsel weigerde dat hij van de mensen kreeg.

En toch stelde hij het Rijk Gods boven alles. Dat blijkt uit het feit dat hij zich niet hield aan de voorschriften en wetten van schriftgeleerden en Farizeeën. Uit liefde voor armen, zieken, onreinen, geminachte mensen, vrouwen, overtrad hij dikwijls de gangbare religieuze regels. Hij was daarin zo radicaal, dat hij uiteindelijk gekruisigd werd als een godslasteraar, als een ketter en valse profeet.

Dit evangelie is geen oproep om spectaculaire, ongewone dingen te doen omwille van het Rijk Gods. Het is wél een uitnodiging om in ons gewone leven van elke dag, de evangelische Liefde van Jezus, op onze manier en volgens onze mogelijkheden te beleven. En dan wel heel bewust en niet zomaar uit gewoonte. En dan gaan we misschien toch wel dingen doen die in de ogen van de mensen niet normaal zijn. Zoals Paulus vraagt aan Filemon een weggelopen slaaf, die gestolen had, terug te nemen en hem te omarmen; niet als slaaf maar als zijn ‘geliefde broeder’(zie de tweede lezing).
Als het Rijk Gods van Jezus, ook voor ons, boven alles gaat, dan gaan we misschien anders om met ons geld dan niet-christenen. Dan gaat het er in ons gezin wellicht anders aan toe dan eventueel bij de buren die, naar ons gevoel, zeer oppervlakkig leven. Dan is bidden, vasten, ziekenbezoek en oog hebben voor de armen onder ons, en in de Derde en Vierde Wereld, ook een bewuste keuze als christenen. Dan dragen we het kruis van de onvoorwaardelijke en onbaatzuchtige barmhartige liefde. Dan houden we het uit van mensen te houden, ondanks alles; ook in moeilijke relaties en penibele omstandigheden.

Etty Hillesum, een joods meisje van 27 dat in Auschwitz vergast werd, is hier een mooi voorbeeld van. Ze heeft de haat voor de nazi’s en de SS-ers nooit in haar hart toegelaten. Ze schreef in haar dagboek: ’God, laat me geen kracht, geen snippertje kracht verliezen aan haat, aan nutteloze haat tegen deze soldaten.’ In de hel van het uitroeiingskamp toonde Etty iets van die hemelse liefde van het Rijk Gods boven alles.

Rob Moens, dominicaan, Genk

.

 
  Prekenlijst