Maar wat heeft de leer van Gods
drie-eenheid te maken met de 21ste eeuw? Wat zou het kunnen betekenen voor
jongeren die met werkloosheid hebben af te rekenen? Wat heeft het te maken
met het geweld in de grote steden, met de dialoog met moslims? Ik denk dat
die leer het grootste geschenk is dat we onze wereld van vandaag kunnen
aanbieden. Er is geen menselijk wezen dat niet zoekt om een ander lief te
hebben. Voor de meeste mensen is het de zin van leven.
Dat is de liefde waar we allemaal naar op
zoek zijn: een liefde van volkomen gelijkwaardigheid, vrij van enige
dominantie of manipulatie. Het is liefde die totaal on-patriarchaal is, die
leven geeft aan de geliefden en hen toch laat zijn. Het is de liefde waarin
de Vader alles aan de Zoon geeft, zelfs goddelijkheid en gelijkheid.
Als een tiener voor het eerst verliefd is,
is dat het begin van de zoektocht naar 'drievuldigheid'. Als ouders leren
van hun kinderen te houden en hen te helpen op de lange weg naar
volwassenheid, is dat 'drievuldigheidsliefde' in actie.
Een god die alleen maar een eenling zou
zijn, gevangen in eeuwige alleenheid vóór de schepping van de wereld, zou
misschien wel op ons gesteld kunnen zijn, maar hij zou niet van ons kunnen
houden in de christelijke zin: we zouden immers nooit worden opgeheven tot
gelijkheid. Zo'n god zou ons misschien gaarne zien zoals wij onze hond
gaarne zien. Maar de God in wie wij geloven is geen eenling. God is de
liefde waarin de Vader door de Geest aan de Zoon gelijkheid en goddelijkheid
geeft.
Christenen leven vandaag in een hard
tijdsklimaat. Ze worden argwanend en zelfs agressief bejegend. Op bussen in
Groot-Brittannië staat de slogan 'Er is waarschijnlijk geen God. Stop dus
met piekeren en geniet van het leven'. De opdracht die Jezus volgens het
Matteüsevangelie (28,19) aan zijn leerlingen heeft gegeven: op weg te gaan
en mensen te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest,
wordt door onze sceptische tijdgenoten van de hand gewezen als het opleggen
van onze vooroordelen en ons bekrompen geloof aan andere mensen.
We moeten ons daartegen verdedigen. Maar
we mogen niet toegeven aan de bekoring om ons terug te trekken in een getto
waarbinnen we de katholieke cultuur van het verleden proberen te
herscheppen. Ons opsluiten in knusse gemeenschappen van gelijkgezinden waar
we onze overtuigingen delen en dezelfde christelijke taal spreken. Dan lopen
we het risico op termijn uit te sterven. Maar even verderfelijk zou het zijn
dat we ons zodanig assimileren aan de samenleving dat we er helemaal in
opgaan. Dan worden we meegespoeld door de seculiere afvoerpijp.
Er is maar één manier om als christenen
te gedijen. We moeten een krachtige christelijke cultuur in leven houden,
zelfbewust en vitaal, maar in een dynamische wisselwerking met de
eigentijdse cultuur.
De kerk leeft zoals een levenskrachtige
boom. Hij groeit en bloeit door zijn wisselwerking met zijn omgeving. De
blaren krijgen zonlicht en zetten dat om in suikers. De wortels graven in de
diepte naar voedsel en water. De schors is zijn onmisbare huid. De boom
bestaat op zichzelf natuurlijk, maar leeft maar in veelvuldige wisselwerking
met wat hij zelf niet is: zon, regen, en nu en dan een portie vogelpoep!
Hermetisch van de wereld afgesloten zou hij sterven. Het christendom zal
bloeien als het in dynamische interactie staat met onze seculiere cultuur.
Zoals een boom zal het moeten actief zijn aan zijn randen, op die plaatsen
en punten waar het in wisselwerking staat met de omgevende wereld.
Als dus de boom van de Kerk levenskrachtig
wil zijn, moeten we over de Drievuldigheid praten met onze tijdgenoten, en
erover leren van hen, zelfs als ze geen christen zijn. We moeten de romans
lezen, naar de films kijken, naar de songs luisteren van hen die de liefde
het best verstaan, los van de vraag of ze christenen zijn of niet.
Maar het
belangrijkste is natuurlijk dat we metterdaad tonen hoe het geloof in de
drie-ene God voor ons het mooiste geschenk is dat het 'goede nieuws' van het
evangelie ons heeft gegeven.
(uit een lezing op het Christen forum
Limburg)
Timothy Radcliffe o.p.